Mandy Pijl vormde met Kees-Jan Sierhuis van 2013 tot en met 2015 het stadsdichtersduo van de gemeente Zaanstad. Ze dicht al van kinds af aan. Haar stijl omschrijft ze als polderrijm: onomwonden en vaak op rijm. Haar allereerste gedicht in dat genre was Sterven in Holland (een natte droom) dat ze op haar achttiende schreef en waarmee ze de tweede prijs won in de regionale voorronde van de Kunstbende.

Jongens van de pont (op Molletjesveer)

Op zon- en zomerdagen
Draaien, draaien rond

Aan wiel
Verbeten krachten

Inspanning om de mond
Varen ons
Naar  d’overkant
De jongens van de pont

Ratelend gaat de ketting strak
Bruingebrand de konen
Sieren parels lichaamsvocht
Biceps van Zaanse zonen
Ze brengen ons de overtocht

Op zon- en zomerdagen
Draaien, draaien rond
Aan wiel
Vereende krachten
Ongestoord
Weinig woord
Trekken, trekken voort
Tot aan het zomers avondrood
De jongens van de pont

(c) Mandy Pijl

2017-09-12T19:39:45+00:00 Gedichten Mandy Pijl|

De Zaan

De nacht valt aan de Zaan
Geen schip dat nog de golven slaat
Geen meeuw die door de lucht zal gaan
Alleen een meerkoet, hij die onverlaat 

Zijn gang gelijk een heldendaad
Hij dobbert traag een baan
De maan beschijnt de tocht hij gaat
Hij drijft er koen vandaan 

De koetencrawl, hij’s nauwelijks te verdragen
De zwarte deken ruw verstoord
De Zaan, zo kan zij niet behagen

Ik help hem aan zijn slotakkoord
Met één schot op hem jagen
Tot aan de koetenhemelpoort 

(c) Mandy Pijl

2017-09-12T20:11:22+00:00 Gedichten Mandy Pijl|

Entree

Als men de Vaartbrug heeft gepasseerd
Padlaan achter zich gelaten
Provinciale Weg koen getrotseerd,
doemt daar afvallige der Zaanse Straten:

de Kerkstraat.

Langs het blikken lint van zwemfanaten
groeten huizen haaks geposeerd z
ijn wipkippen bij de pomp vrijgelaten
is het de allegaar van bouworde die shockeert

De Kerkstraat

Laat ons haar koesteren, Wormerveers deel
Makkelijker lieten we niets van haar heel
Doch volg ‘t asfalt dat klinkers compenseert
En aanschouw het bekoorlijk tegendeel:

de Zaan.

(c) Mandy Pijl

2017-09-12T20:14:47+00:00 Gedichten Mandy Pijl|