Home 2017-09-17T14:28:04+00:00
Loading...

ZaanPride: Zie je?

 

 

 

 

Zie je?

 

Op het eerste gezicht is een bos

groen en overal hetzelfde

Maar als je er midden in staat

je oog laat rondgaan, zie je het!  Zie je het?

Het ene bos heeft blad, het andere naalden

of  lange lianen. Er zijn bomen met vruchten:

zoetsappig, scherp stekelig of ruw

in vele kleuren en smaken

 

Toch stroomt door iedere boom levenssap

waardoor ze groeien en de hemel aan

kunnen raken

 

Vogels hebben allemaal vleugels

toch is de ene vogel de andere niet,

de één start kaal en de ander met dons

Er zijn zwemmers, lange afstandvliegers,

bidders en hardlopers. De ene zingt,

de ander kwaakt, kukelt of klopt

tegen holle basten van bomen

 

Toch beginnen ze allemaal in een ei

en krabben zich – als ze groot zijn –

tussen de veren

 

Op het eerste gezicht lijken ze niet op elkaar

Mensen verschillen van kleur, van bouw,

van geslacht, van haar, van seksuele voorkeur

Ze zingen met hoge stemmen of juist hele lage,

bewegen vloeiend, zwevend als danseressen

of zijn houterig als marionetten

 

Mensen lijken niet op elkaar

totdat je er tussen gaat staan

en om je heen kijkt. Zie je?

 

Alle mensen bewaren hun hart

op dezelfde plek. Soms is het verborgen,

nog niet ontdekt. Maar ieder kloppend hart

tikt tegen de ruwe bast tot sappen gaan stromen

de bladeren zich ontvouwen en reiken

naar de hemel, waar alle kleuren

een plek zoeken in de regenboog.

 

Wat lijken we op elkaar! Zie je?

Estafette van de kortste nacht

 

 

 

 

 

De kortste nacht dwingt de langslaper
tot haast. Hoe snel kan hij in het land
van dromen belanden?
Van maan tot maan liegt het
een waaktoestand. Een wende
valt op niemand te verhalen.
De nachtwaker staat met één voet in de dageraad
In het donkerste van de nacht
 en wordt door die gedachte al
 aan het wankelen gebracht.
 
Maar nee, zegt de geest van de slaap,
ik laat me niet opjagen. Kijk dan, de sterren!

Via de mail geschreven door dichters van de Zaanse Dichterskring.

Joke Kaviaar, Vera Jongejan, Martha Schaap, Mandy Pijl en Ellis van Atten

Kristallnacht – Meer dan glas

Zaterdagavond 9 november 2019 was de herdenking van de Kristallnacht in 1938, georganiseerd door het 4-5 mei comité van Zaanstad.

Een avond met muziek van Bouk Bouwmeester, een documentaire, een gesprek met Erik Schaap van het Discriminatiebureau Zaanstreek Waterland en gedichten van Gerrit van den Nieuwendijk, Hans de Roo en stadsdichter Ellis van Atten. Het gedicht van Ellis lees je hier:

Meer dan glas

 

De angst tussen haar tanden

knarst harder dan het glas

onder haar voeten

In de koude hand van moeder

balt zij haar drijvende knuist

 

De kinderen waar ze gisteren mee speelde:

vandaag vreemden

En op straat klinkt een lied dat

zij niet mee kan zingen,

niet kan overstemmen

 

Geluidsgolven breken tegen haar borst

Hartslag ontregelt. De wereld. Chaos,

waarin het ritme van de marcheerders

met onverwachte precisie

het kind tussen de ogen raakt

met scherpe messen

 

Waar licht aan het plafond hing,

gaapt nu een gat naar boven:

grauwe sterrenhemel,

zonder slaap, zonder dromen

Matrassen met ruggen tegen de muur

Gesloten ogen. Het kind ruikt rook

 

Vuur

Overal vuur

 

Het smeult na waar wetteloze wolven

hun vette vingers drukten op Thora-rollen

Herschreven boeken slaan

de grond weg onder haar voeten

Het kind is offer, lam voor de slacht

Melk wordt met haar bloed opgedronken

Druiven worden gebroken voor zure wijn

 

Onder de stampende laarzen

breekt meer dan glas

 

Op het perron staat een moeder

met lege handen

 

De trein rijdt

 

Het kind zwaait en vangt scherven

 

©ellis van atten

Het is altijd mei in de poëzie!

Wat hebben Herman Gorter en jonge dichters van nu met elkaar te maken? Op het eerste oog misschien niets. Voor mij kwamen ze dit weekend samen. Deze zondagmorgen puzzelde ik nog wat aan het gedicht over Herman Gorter voor de Literaire Salon in het Zaantheater, en gebruik daarin zijn zin ‘bloesem dat uit zijn hulsel barst’.  Ongeveer die zin hoorde ik gisteravond bij de Poetry Circle in Amsterdam, waar jongeren tussen 15-25 jaar Spoken Word bedrijven.

Ongeveer die zin omschrijft mijn beleving van de avond in Amsterdam. Jongeren die wat te zeggen hebben, onzeker zijn en dat samen overwinnen, gebruik maken van hun eigen stem, hun eigen inzicht. Jongeren die gaan bloeien. ‘Een nieuwe lente, een nieuw geluid’ om maar met Gorter te spreken.Ik ben enthousiast. Over Herman Gorter én over de dichters bij Poetry Circle. En puzzelde nog wat aan het gedicht, dit is het geworden:

Herman Gorter, en dan

Een februarizon spartelt over het knerspende ijs van de Zaan,
zoent een vader, een moeder. Met zachte krakende kussen
fuseren twee cellen tot één schittering in het echtelijk bed
Een komeet, een licht aan de donkere hemel
bedreven in het verbeelden
van wat mooi, wat schoon,
wat zinnenstrelend is

Het zaad van de vader legt geen woorden in de mond
Moeders zachte ogen kijken, haar handen leiden – zonder sturen
De boreling wordt geen spreker van genen
Zijn gedachten: een oerknal in november 1864
Zijn schepper doopte hem met vloeibaar inkt

Het ijs onder zijn sterke beentjes smelt door het warme gefluister
van zijn moeder. Hij herhaalt haar Griekse alfabet
Herhaalt klanken. Ontdekt melodie in het spreken
Poëzie in woorden. Woorden in alles
Het groene gras. De blauwe koepel
Na een vertraagde ontsluiting
wordt de dichter geboren

Zijn volle lippen raken lichtvoetige nymphen
fluiten verzen vol verlangen, vol vuur
De liefde – licht als zuurstof – katalysator
voor sensitieve literatuur

Zijn polygame hart verwijdt, bestrijdt,
komt in beweging tegen oneerlijkheid
Hij vangt de bal van verontwaardiging
in bevrijdende woorden
vol van zijn natuur:

een explosief dat sporen uitgooit en
als een bloesem uit zijn hulsel barst
Zijn kinderloze zwijgen als dravende paarden
die zweven boven de weide
vol madelieven en boterbloemen
Zijn draden zijn geweven in ons nest van woorden
In onze poëzie fluiten vogels zijn melodie
Zijn meisjes spelen een reidans in
ons fonkelende landschap
waar frisgroene flapbladeren
zich ontrollen en cirkelen
naar de zon

Het is Mei. Voor altijd mei

©ellis van atten – stadsdichter 075